1 DECEMBER 1975. – KONINKLIJK BESLUIT HOUDENDE ALGEMEEN REGLEMENT OP DE POLITIE VAN HET WEGVERKEER EN VAN HET GEBRUIK VAN DE OPENBARE WEG.
TWEE MOGELIJKHEDEN
- De groep volgt dezelfde regels als de individuele fietser
- De groep volgt de regels die gelden voor fietsers in groep (op voorwaarde dat de groep bestaat uit ten minste 15 deelnemers en gegroepeerd blijft). Onder groepen wordt verstaan: 15 tot 150 fietsers. Groepen van meer dan 50 MOETEN worden vergezeld van minstens TWEE weg- kapiteins. Groepen van 15 tot 50 MOGEN worden ver- gezeld door ten minste twee wegkapiteins.
De wielertoeristen die in een groep van ten minste 15 tot ten hoogste 50 rijden, zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op de rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.
Zij MO- GEN voorafgegaan en gevolgd worden, op een afstand van ongeveer 30 meter, door een begeleidende auto; indien er slechts één begeleidende auto is, moet deze de groep volgen De fietsers die in een groep van ten minste 51 tot
ten hoog- ste 150 deelnemers rijden, zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op de rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven. Zij MOETEN voorafgegaan EN GEVOLGD worden,
op een afstand van ongeveer 30 meter, door een begeleidende auto.
FIETSERS DIE DE REGELS VAN GROEP VOLGEN
- Gebruik van de fietspaden is NIET verplicht
- Met twee naast elkaar rijden op de rijbaan mag ALTIJD, op voorwaarde dat de groep gegroepeerd blijft
- Op een rijbaan zonder rijstroken mag de groep niet meer dan de breedte van één rijstrook innemen – ongeveer 3 meter en in geen geval meer dan de helft van de rijbaan
- Op een rijbaan met rijstroken mag de groep alleen de rechter rijstrook gebruiken
ALS ER IETS GEBEURT
- Bel de hulpdiensten (112 = het medisch urgentieteam en de brandweer en 101 = de federale politie). Wees nauw- keurig en bondig
Verleen de eerste hulp als je daarvoor gekwalificeerd bent maar verplaats nooit een zwaargewonde
- Blijf kalm en waak over de veiligheid van de rest van de groep
- Voorkom bijkomende ongevallen door aankomende be- stuurders te waarschuwen
- Noteer direct de namen van de getuigen van het ongeval
WEGKAPITEIN
Moet om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur en het woord ‘wegkapitein’ en uitgerust zijn met een verkeersbord C3 plus een fluovestje. OPMERKING: de wegkapitein moet GEEN lijst van de deelnemers meer in bezit hebben. Hij moet ten minste 21 jaar oud zijn en een opleiding is niet verplicht, wel aangewezen
BEGELEIDENDE AUTO
Op het dak van de begeleidende auto’s moet een blauw bord aangebracht zijn met de afbeelding van het verkeersbord A51 en eronder het symbool in ‘t wit van een fiets. Dit bord moet op een zodanige wijze aangebracht zijn op het voertuig dat de groep voorafgaat, dat het voor de tegenliggers goed zichtbaar is en, op het achteropkomend voertuig, dat het goed zichtbaar is voor het achteropkomend verkeer. De Minister van Verkeerswezen bepaalt de minimum afmetingen van deze signalisatie.